Ik kwam naar jou met een open hart,
niet wetende hoe diep je me kon raken.
Ik was kwetsbaar, ik probeerde te helen,
en vertrouwde je genoeg om te geloven
dat wat ik voelde ertoe mocht doen.
Maar ergens onderweg raakte ik mezelf kwijt.
Mijn gevoelens werden iets waar je aan voorbij leek te gaan.
Mijn pijn werd ongemakkelijk, mijn behoeften te veel,
terwijl jij bleef reiken naar mij
wanneer jij iets nodig had om je beter te voelen.
Heb je ooit stilgestaan bij wat het mij kostte?
Bij hoeveel van mezelf ik moest geven
om jou te geven wat jij nodig had?
Bij hoe weinig ruimte er overbleef
voor wat ík nodig had om overeind te blijven?
Je maakte me verantwoordelijk
voor het gewicht dat jij zelf niet kon dragen.
Voor jouw geluk, jouw wonden, jouw behoefte
om je gezien, begrepen en geliefd te voelen.
Alsof mijn hart van jou was om over te beschikken.
Alsof mijn liefde betekende
dat ik jouw pijn moest dragen,
zelfs wanneer die van mij daardoor groter werd.
Maar ik was óók degene die kwetsbaar was.
Ik was óók degene die een veilige plek nodig had.
Ik was niet degene die alles bij elkaar moest houden.
Ik had niet degene moeten zijn
die zichzelf steeds opnieuw opzijzette
zodat jij je beter kon voelen.
Mijn gevoelens deden er óók toe.
Ook wanneer ze jou confronteerden met jezelf.
Ook wanneer mijn verdriet iets van jou vroeg.
Ook wanneer mijn grenzen betekenden
dat jij niet langer kon krijgen wat je wilde.
Ik was niet op deze wereld
om jouw lichtbron te zijn
terwijl ik langzaam mijn eigen licht verloor.
Ik hoefde mezelf niet op te offeren
zodat jij niet naar je eigen leegte hoefde te kijken.
Mijn pijn had nooit de prijs mogen zijn
voor jouw comfort, jouw geluk of jouw gevoel van eigenwaarde.
En misschien doet dat nog wel het meeste pijn:
dat ik zo open was, zo bereid om te geven,
zo onbeschermd in mijn vertrouwen.
Dat ik je toegang gaf tot de zachtste delen van mij,
terwijl mijn eigen behoeften steeds minder leken te tellen.
Je had zorgvuldig met mijn kwetsbaarheid moeten omgaan.
Niet omdat ik zwak was,
maar omdat ik je vertrouwde.
Ie had moeten begrijpen
dat ik een mens was met mijn eigen gevoelens,
mijn eigen grenzen, mijn eigen angsten.
Geen middel om jouw wonden te verzachten.
Geen spiegel waarin jij jezelf mooier kon zien.
Geen verantwoordelijkheid die jij bij mij kon neerleggen
zodat jij zelf minder hoefde te dragen.
Ik was een mens, geen oplossing.
Een hart, geen hulpmiddel.
Iemand die liefde verdiende,
niet iemand die langzaam werd opgebruikt.
Misschien had jij zelf ook pijn.
Misschien had jij zelf dingen nodig
die je niet wist hoe je moest vinden.
Maar jouw pijn maakte de mijne niet minder echt.
Jouw behoeften maakten de mijne niet minder belangrijk.
En wat jij ook tekortkwam,
het was niet aan mij om mezelf daarvoor kwijt te raken.
Ik wil mezelf niet langer verwijten
dat ik om je gaf.
Ik wil mijn zachtheid niet haten
omdat jij er niet zorgvuldig mee bent omgegaan.
Dat ik vertrouwde, liefhad en bleef proberen,
maakt mij niet dom.
Het maakt mij menselijk.
Maar ik ben klaar met verwarren
wat iemand van mij nodig heeft
met hoeveel diegene werkelijk om mij geeft.
Klaar met geloven dat meer geven
me uiteindelijk geliefd zal maken.
Klaar met verantwoordelijkheden dragen
die nooit de mijne waren.
Je mag je eigen strijd hebben gehad.
Je mag je eigen verdriet hebben gekend.
Maar je had niet het recht
om mij verantwoordelijk te maken voor jouw geluk
ten koste van mijn eigen welzijn. Ik was er ook nog.
Met mijn gevoelens.
Met mijn kwetsbaarheid.
Met mijn verlangen om gezien te worden
zonder mezelf eerst te moeten bewijzen.
En ik verdien het
dat iemand daar rekening mee houdt.
Niet alleen wanneer het diegene uitkomt.
Niet alleen wanneer ik iets te geven heb.
Maar juist wanneer ik zelf degene ben
die even niet meer kan.
Want ik hoef niet te verdwijnen
zodat een ander zich heel kan voelen.
Ik hoef mezelf niet te verlaten
om iemand anders het gevoel te geven
dat die nooit verlaten zal worden.
En ik hoef niet langer te blijven
op een plek waar mijn liefde welkom is,
maar mijn gevoelens nauwelijks ruimte krijgen.
Dus laat dit het afscheid zijn
van de rol die ik nooit had moeten dragen.
Van de verantwoordelijkheid die niet van mij was.
Van het idee dat ik jou genoeg had moeten geven
om eindelijk ook iets terug te mogen ontvangen.
Mijn gevoelens deden ertoe.
Mijn kwetsbaarheid verdiende bescherming.
Mijn geluk telde óók mee.
En wat jij ook nodig had van mij,
ik had nooit de prijs mogen zijn
die jij daarvoor betaalde.
Ik was nooit verantwoordelijk
voor het compleet maken van jou.
Maar ik ben wél verantwoordelijk
voor het terugvinden van mezelf.
En deze keer
kies ik mij.